Het meisje is zeer bedroefd als haar geliefde opa is overleden. Van opa wordt een stukje oor afgesneden (1e deel). Uit een van de bloedcellen wordt de kern met chromosomen geïsoleerd (2e deel) en in een eicel verwisseld met de oorspronkelijke kern en bij een draagmoeder ingebracht (3e deel). Na de geboorte van de gekloonde opa is hij echter niet meer de oude opa maar een baby en kan hij als kleuter paardje rijden bij het opgegroeide meisje zoals zij dat destijds bij opa kon (4e deel).


